VII - Heimwee, koffers en stoere praat

Gepubliceerd op 24 juli 2022 om 14:12

Een week geleden kwam ik met een koffer aan op het Prinseneiland. Vroeger nam ik tijdens vakanties en oppasweken drie koffers mee en pakte maar een halve koffer uit. Alles wat ik nodig heb, past in een koffer, dacht ik geleerd te hebben. Zelfs nu heb ik maar de helft van mijn koffer uitgepakt.

Amsterdam is fijn, overweldigend en enerverend. Een paar keer deze week trok ik de binnenstad in en wist dat ik de stad nooit kon leren kennen in drie weken. Wie ik wel goed leerde kennen, zijn Mus en Mary, de katten. Mary loopt de halve dag achter me aan en komt naast mijn laptop liggen als ik schrijf. Mus bekijkt alles wat meer van een afstandje en gaat voornamelijk haar eigen gang. Het zijn lieve, sierlijke, tevreden beesten. Als ik ’s ochtends wakker word, liggen ze tegen de glazen klapdeur aan te wachten en als ik ’s avonds naar bed ga, houden ze zittend de wacht als Sfinxen. Het is een vertrouwd beeld geworden – vannacht ben ik stiekem gaan kijken of ze de hele nacht op mijn verschijning lagen te wachten, maar zo belangrijk ben ik niet. Katten moeten ook slapen.

Het viel me vanochtend op dat ik nog geen heimwee had – heimwee is een ziekte die je moet uitzitten, weet ik. Tegen een vriend zat ik stoer te verkondigen dat ik me helemaal op mijn plek voelde hier, dat ik Amersfoort niet eens miste. Dit was Amsterdam, hier was alles wat ik nodig had, hier gebeurde het, hier wilde ik eigenlijk voor altijd blijven.

Natuurlijk sloeg mijn gemoed direct na die constatering om: ik vroeg me ineens af hoe het zou zijn met mijn eigen kat, Madame Bovary, die alleen in mijn huis verblijft en elke dag bezoek, eten en drinken krijgt van anderen. Ik miste de kopjes sterke koffie met mijn buurman, mijn eigen, groene buurtje, mijn ouders die op fietsafstand hun leven leefden, de bomvolle terrasjes op het Lieve Vrouweplein, goede vriend en drinkebroer Ef, mijn stamkroeg en veilige thuishaven Van Zanten en meer, veel meer dan ik dacht te hebben.

Pas als je weg bent, weet je wat je mist. Ik miste de stad waar ik een week geleden bijna ondankbaar fluitend uit vertrok voor drie weken vakantie, zonder achterom te kijken. Ik miste Amersfoort zoals ik de stad uiteindelijk altijd mis als ik een tijdje weg ben: die zachte, mooie, lieve dame met haar omhelzende gevels, stille straatjes, verborgen grachten en glimmende pleinen. Ik miste, en ik wist. De dagen hier in Amsterdam zijn goed en van goud, maar over twee weken keer ik terug naar waar ik hoor: een stad past niet in een koffer, hoe veel je er ook meeneemt

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.