Stadsgedicht (De Lege Zaal)

Je kunt niet houden van de zon zong ooit een man
maar nu vraag ik me af: kun je houden van een stad?

Vrouwen, ja, die heb ik denk ik liefgehad. Vrouwen zat.
En huizen waar mijn lichaam woonde met deuren

die de wereld voor me openhielden en kleine kamers
met een veilig bed. Mijn moeder ook, ze zette thee,

plakte pleisters en had geen grip op hoe ik groter werd.
En nu de wereld draait en doet, vraag ik me af:

hoe hou je van een kolkend plein waarop een
lieve toren wacht, hoe hou je van een poort

die al honderdduizend mensenlevens zag,
hoe hou je van de straten die je ooit met het geluk

in je gezicht betrad? Je kunt niet houden
van een stad, niet van een stad alleen:

het zijn de mensen die er wonen, het zijn
de eeuwen die je voelt in elke steen,

het is de gracht die langs de straten ligt
en dan de zon erboven, het zijn de dingen

die je ergens deed en de dingen die je
nog wilt doen, het is de tijd die je hier

nog is gegeven, maar het is boven alles
het besef van waar je hoort: in Amersfoort.


 »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.