IV: Duizend bommen en klimaten

Aan Lena, 11 augustus 2021

 

Zo, een antwoord liet even op zich wachten, maar van uitstel bleek uiteindelijk (gelukkig) geen afstel te komen. Wat een vreselijke vakantie hebben jullie achter de rug – ik haat vakantie! Niet de vrije tijd, daar snak ik vaak naar, maar het begrip vakantie: weg van huis, naar een vreemd land, om daar ongedwongen (lees: gestrest, uitgeput en ontdaan) ‘even weg’ te zijn. Niets voor mij, en ik snap het gevoel dat je bekroop toen je weer in je werkkamer zat volledig. Als ik achter mijn eigen bureau zit, daal ik regelmatig in mezelf af, en dat voelt voor mij al als vakantie, dat is al genoeg.

Die stuurse foto waar je over schrijft, ja, dat is een draak van een foto, een beetje koket, dat wel. Soms vraag ik me af of ik niet té veel het stereotype van een dichter belichaam, maar ach. Soms is het heerlijk om op een stoepje te zitten, in de schemer, met fijne mensen om je heen. Het levert in ieder geval een goede foto op. Ik had daar overigens niet echt een zwaar gemoed, maar dat lijkt inderdaad wel zo. Mijn gezicht heeft de neiging zich in een norse plooi te laten vallen als ik met iemand praat, of wat staar. Ook had ik die avond al drie flessen wijn achter mijn kiezen, dat had vast ook iets te maken met mijn gelaatsuitdrukking.

We hebben het in onze brieven veel gehad over geluk, en ik heb me veel beklaagd, las ik terug (sorry!) – ik had een beetje een mopperkontperiode, deze zomer. Ook in je vorige brief schreef je weer trefzekere en ware dingen, als antwoord op mijn gemopper, stof tot denken. Toch bekroop me, toen ik me eindelijk aan deze brief zette, een ongemakkelijk gevoel – ik heb het over geluk, depressie, kneden, dat het leven vaak moeilijk is, enzovoort. Persoonlijk leed. Niet per se onbelangrijk, want ik wil mezelf niet helemaal wegcijferen, maar deze week kwam een rapport uit over onze gehavende aarde, het Uur U voor het klimaat, een laatste waarschuwing voordat de gevolgen van de opwarming en vervuiling van onze aarde onomkeerbaar zijn.

Na het lezen van delen van dat rapport werd alles op persoonlijk vlak ineens een stuk onbelangrijker – de aarde is kapot, gaat eraan, en we moeten nú iets doen, anders is het te laat en mijn persoonlijke misère komt later wel, we hebben nu de wereld en toekomstige generaties te redden, een beetje dat sentiment. Ik hoorde Kaag zeggen dat haar politieke generatiegenoten en zijzelf de laatste politici zijn die de schade nog een beetje kunnen beperken door daadkrachtiger en strenger klimaatbeleid door te voeren – dat geloof ik ook, het is nu écht now or never – of ik vertrouwen heb in deze politieke generatie, dat is weer iets anders.

De hele toestand baart me zorgen, omdat ik nog weinig verandering zie, maar zorgde er ook voor dat ik me eindelijk weer eens druk maakte om iets anders dan mezelf en mijn kleinmenselijk bestaan. Aan de andere kant: als het nog voortkabbelt zoals het nu kabbelt, hoef ik me nergens meer zorgen om te maken, want dan is er geen mens en geen aarde meer. Maar dat terzijde.

Hoe kijk jij tegen alle alarmbellen van deze week aan? Boezemt het je angst in, of juist niet? Mij in ieder geval wel. In de jaren ’80 was er natuurlijk ook de angst voor het vergaan van de aarde door een atoomoorlog, hoe gingen jullie om met die angst, dat onzichtbare monster?

 

A suivre!

 

***

 

Aan Twan, Zoutkamp, 13 augustus 2021

 

Twan, die aarde doet het nog wel even. Maar zoals wij haar het liefste zien, als ons onveranderlijk ijkpunt, dat blijkt een illusie. En vergis je niet, dat was ze allang van plan, maar wij versnellen en vervuilen het proces. Aangedreven door hebzucht en egocentrie, kost het onze intelligente soort verbijsterend veel moeite om onze eigen toekomst te verzekeren. Politiek staat wereldwijd steeds vaker in het teken van de machtszuchtigen, die hun gelijk willen afdwingen met borrelpraatmeningen én deze stelselmatig combineren met schaamteloze zelfverrijking en bijbehorende pronkerijen. Wat een moeizame en verdrietig stemmende wereld laten we aan de komende generaties. Het is zelfs niet makkelijk om daarin oud te worden, laat staan jong te zijn.

Maar het leed dat je in zelf voelt, verdwijnt niet door het te spiegelen aan deze overstijgende thema’s. Het kan zelfs een valkuil blijken om jezelf totaal onbelangrijk te verklaren. Misschien wel een te koude kermis. Jij bent tenslotte degene die het met die gevoelens en stemmingen moet zien te redden. Relativeren tot op het bot ontneemt je de kans genoeg waarde te hechten aan wie je bent en wat je voor anderen betekent. En waar je warm van wordt. En die warmte is een belangrijke kwaliteit want tussen mensen is dat een zichzelf hernieuwende bron van energie, weerbaarheid en troost. Kunstenaars onttrekken zich in hun kunst aan de algemene voorspelbaarheden en scheppen zo nieuwe ruimte waar anderen welkom zijn om iets te krijgen dat je met geld niet kopen kunt. Ervaringen die een dag kunnen veranderen, het denkwerk langs andere paden weet te sturen. Een band legt tussen de tastbare werkelijkheid en die van de bovenwereld zoals Plato die duidde. Daar kan het vonken en wrijven, wordt moed en kracht verzameld om het bestaan zin te geven.

En Twan, toen ik je gedachten las over vakantie, zag ik je ineens als een inspirerende dichter per trein rondreizen, genietend van de aandacht en het contact dat zulke reizen oplevert. Je durven verplaatsen is ook een manier om het landschap, de werkelijkheid in je op te nemen. Daarmee reflecteer je op je eigen bestaan. De kunst van het reizen is ten onrechte bestempeld als vakantie houden.

 

***

 

Aan Lena, 22 augustus 2021

 

Sinds ons vorige schrijven is de wereld een drama rijker: Afghanistan. Er is al zo veel over gezegd, geschreven en gevonden, dat ik daar niks zinnigs aan bij te dragen heb (mijn oma zegt altijd: als je niets zinnigs te zeggen hebt, zeg dan niks), maar het grijpt me wel aan.

We laten inderdaad een tikkende tijdbom na aan onze kinderen en kleinkinderen, met gecompliceerde maatschappijen en veel onderhuidse problemen. Ik keek toevallig laatst de film ‘Inferno’, met Tom Hanks, gebaseerd op de boeken van Dan Brown, waarin een zelfverklaarde ‘wereldredder’ de helft van de populatie op aarde wil uitroeien om overbevolking tegen te gaan. Dat zette me aan het denken: ja, de aarde is vol, te vol voor de grondstoffen die voor handen zijn, en er is veel honger. Aan de andere kant: wie zijn wij, om over de levens van anderen te beslissen? De mensheid heeft er tenslotte zelf een potje van gemaakt. Ik zat de rest van de avond met dat morele dilemma, die ethische kwestie in mijn hoofd; wat is wanneer geoorloofd, en hoe ziet de aarde er over vijf decennia uit? Ik weet het niet, en probeer er ook niet te veel aan te denken – noem dat vluchten, maar het stemt me niet gelukkig, om in die glazen bol te kijken.

Het is een intrigerende kwestie, en de film was ook best aardig, los van de vleugjes Hollywood-spektakel en onnodige plottwists. Ik moest ook meteen denken aan het befaamde trolleyprobleem* van de filosofe Foot – niet vergelijkbaar met het uitroeien van de helft van de mensheid, maar in allebei sta je voor een moeilijke, haast immorele keuze. Enfin, dat was mijn weekend.

Ik beluisterde laatst een podcast met Paulien Cornelisse, waarin ze vertelt dat ze een periode niet naar het nieuws heeft gekeken, omdat alles zo hard binnenkwam – ik snap dat heel goed. Meermaals per dag zit ik toch op de app van de NOS, of de Volkskrant en via Twitter krijg je ook veel mee. Soms is het nieuws te veel, ik kan me nog goed herinneren hoe moe, bang en verward ik werd van de enorme nieuwsstroom in de eerste corona-periode. Toch wilde ik niet wegkijken, en wil ik dat nog steeds niet: het hoort erbij, denk ik dan. Dit is óók ons leven, dit gebeurt er óók op de wereld, naast mijn kat die weer in de gordijnen hangt. Soms is het ‘makkelijk’, relatief dan natuurlijk, om je eigen problemen te verzuipen in het leed van de wereld: daar kan je toch op de korte termijn weinig mee. En je eigen problemen? Die kan je te lijf gaan, en dat is soms eng, dus is een groter probleem zoeken vaak makkelijker, op een vreemde manier.

Nuanceren, bagatelliseren, relativeren: ik doe het graag, maar kan daar ook in doorslaan. Nuance vind ik een randvoorwaarde voor een gebalanceerd mens, relativeren helpt dondersgoed tegen hyperventilatie, en ik ben sowieso een grote fan van bagatelliseren – of, nou, dat valt misschien ook wel weer mee.

Wat je schreef over het reizen met de trein, heeft me verrast! Ik heb dat nog nooit zo gezien, maar toen ik het las, dacht ik: ja! Je hebt gelijk! Dat is mijn manier van op vakantie gaan, los van het op vakantie gaan in mijn hoofd. De volgende keer dat ik in de trein stap naar een uithoek van Nederland om voor te lezen of te spelen, denk ik:

ik ben er even tussenuit, ik heb vakantie!

 

A suivre!

 

* Hoewel er talloze varianten geformuleerd zijn van het trolleyprobleem, komt het algemeen op het volgende neer: persoon A kan een handeling verrichten die vele mensen kan helpen, maar door dit te doen wordt persoon B onterecht geschaad. De vraag is dan: onder welke omstandigheden is het moreel juist voor persoon A om de rechten van persoon B te schaden in functie van het welzijn van de groep? (bron Wikipedia)