Dagboekfragment

 

(In het voorjaar en de zomer hield ik een soort zomerdagboek bij, van mei tot augustus, zonder concreet doel. Dit is een fragment.)

 

7 juni, Ramstraat, Utrecht

 

De dag begon met een biertje en een heerlijk spiegelei – bij Orloff weten ze wel hoe je een goed ontbijtje voorschotelt. IJs en ik kwamen nog een beetje bij van gisteren en ik schreef wat op het terras. De zon richtte zijn vizier op onze huid en dat was allesbehalve onaangenaam.

In de middag ben ik naar Kees gegaan, waar Snap ook was – we zijn begonnen aan een podcast (wat hebben we nou weer op onze hals gehaald), omdat bijna iedereen tegenwoordig zo’n podcast heeft, dus wij mogen niet achterblijven. Het is nu vooral nog een hoop jolig gebabbel, zonder echte vorm, daar moeten we nog aan werken, als daar überhaupt nog aan te werken valt. In ieder geval minder wijn bij de opnames denk ik, dat helpt.

Eigenlijk was het de bedoeling om rond een uurtje of vijf huiswaarts te keren, maar dat mislukte natuurlijk. We schaften hopen vlees, bier, brood en een wegwerpbarbecue aan (de beste uitvinding van de mens sinds de tosti) en streken neer in het Wilhelminapark – het was daar relatief rustig, wat ons allen verbaasde. Waarschijnlijk zat de rest van Utrecht op een terras.

Hoe dan ook, wij hadden een fijne avond. De dag werd afgesloten bij Kees thuis, waar hij trots zijn betegelde tuintje liet zien – hij had er ruim twee uur trots naar staan kijken vertelde hij, vergenoegd, trots en gelukkig en we gaven hem geen ongelijk. Het was een prachtig stukje betegeling, daar waren we het allemaal over eens.

Het zijn de kleine dingen in het leven soms, concludeerden we. De kleine dingen.